Als ik met jou praat…

Er was eens een meisje, haar naam was Lore. Lore woonde kortbij het bos en iedere dag ging ze op een steen zitten en begon ze te praten tegen een boom. De boom vond ze heel bijzonder, want telkens keer als ze praat tegen de boom viel er een goud blaadje in haar handen. Lore keek aandachtig naar de boom en bedankte hem voor het prachtige blaadje en ze zei tegen de boom: Boom ik denk dat ik verliefd op je ben. Ik kan altijd alles tegen jou zeggen! Maar toen ze het zei begon het te regenen, ach lieve boom, ik moet nu weer naar mijn huis, want het begint weer te regenen! Toen Lore naar huis stapte keek ze naar de zware wolken en vroeg ze aan de wolken hoe dat kwam dat ze nooit konden grimlachen, en waarom ze altijd wenen. Maar ze kreeg geen antwoord. Toen ze thuis was deed ze haar deurtje open en was ze een beetje moe. Lore ging in de zetel zitten en ze viel stilletjes in slaap, maar plots toen ze sliep droomde ze over een jongen. En zijn naam was Sam. daarna riep ze de naam Sam in eens en ging ze naar het bos. Ze trok haar jas aan en ze moest het tegen de boom gaan zeggen. Snel was ze in het bos en ging ze naar de plaats waar de boom altijd is. Maar deze keer was de boom weg. Lore huilde omdat ze dacht dat de boom ziek kon zijn of misschien dat de boom weg gelopen was om de reden dat hij haar ook miste. Lore ging weer zitten op de steen waar ze altijd ging zitten. Maar het was niet meer hetzelfde, nee want ze zag alleen maar bladeren die precies aan het dansen waren en vuur vliegjes die achter elkaar aan het vliegen waren. Lore had een diepe zucht en ze zei… Lieve boom, ik mis je! ze liep terug naar huis met een sip gezicht, en zei ach boom ik zie je nooit meer terug! Wat was je mijn beste vriend! i love you! Lore hoorde stop roepen en in eens hoorde ze een zingende stem, als ik met jou praat… Ach het zou wel vals zijn! Het zou iemand zijn wie me plaagt! Ze liep verder en in eens hoorde weer zingen als ik met jou praat… Lore begreep er niets meer van en ze begon terug te zingen als ik met jou praat… Als ik met jou praat… Boom? Ben jij dat? Volg me hoorde ze in eens. Waarom? Waarom? Als ik met jou praat hoorde ze weer. Plots stond ze voor een goud huis en hoordde ze weer als ik met jou praat en zag ze ook blaadjes wat haar de weg wees naar binnen, snel ging ze naar binnen en toen ze binnen was zag ze een jongen. Hé meisje, je.. Je zocht de boom wel ik ben de boom! Al die jaren was ik betoverd met een sterke spreuk en die kon niemand verbreken, enkel en alleen maar als een knap meisje tegen me sprak, en dankzij jou ben ik terug een jongen! Lore kon haar ogen niet geloven en zei tegen hem: weet je dan wat ik je allemaal zei? ja je zei dat je denkt dat ik je beste vriend was en i love you zei je en je ging altijd weg toen het regende, je zei toen; lieve boom ik ja je missen! Wauw! ongelofelijk! Zei Lore. Wow! Had jij gezongen als ik met jou praat? Ja! Gaan we samen zingen? Lore zong het samen met hem en zongen samen als ik met jou praat en toen gaven ze samen een kus en zei Lore: i love you! i love you too antwoordde hij. Lore moest terug naar huis omdat het donker werd en ze zong telkens keer weer als ik met jou praat… Einde! dit liedje had ik vandaag ontdekt, ik vond het mooi en ik schreef er een verhaal over!

Een rare man…

Er was eens een meisje, haar naam was Lisa, en Lisa mocht een broodje gaan eten van haar vader in een broodjesbar. Toen ze er was bestelde ze en toen in eens ging ze op een stoel zitten en toen keek er een vreemde man naar haar.Waarom kijkt u zo naar mij Meneer? vroeg ze. U bent een mooi meisje antwoordde hij. Lisa zei dank u maar vertrouwde de man toch nie zo. Lisa kreeg haar eten van de vrouw die er werkte en at haar eten snel op, dat ik hier maar snel weg ben zei ze! Lisa had haar eten op en ze ging betalen, daarna ging ze naar huis en keek toch voorzichtig achter haar. Ze werd bang dus liep ze een straat in, toen ze in die straat was voelde ze haar beter. Maar toch wandelde ze verder en verstopte haar voordat die rare man haar weer eens achtervolgde. Daarna ging ze verder wandelen voorzichtig, maar helaas, ze zag de man. Hij reed voorbij haar met een auto en de man wuifde naar haar, maar ze ging er niet op in, daarna ging ze verder wandelen naar huis en toen ze thuis was schreef ze het in haar dagboek. En hoopt ze dat ze die man nooit meer tegen kwam! Einde